Brugge, 16 december 2011 — Een jaar en 2 maanden na de eerstesteenlegging van de nieuwe stelplaats in Brugge, is deze officieel in gebruik genomen in aanwezigheid van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits, gouverneur Paul Breyne, burgemeester Patrick Moenaert van Brugge, directeur van De Lijn West-Vlaanderen Luc De Man en directeur-generaal van De Lijn Roger Kesteloot. De nieuwe stelplaats vlakbij het station van Brugge brengt tal van activiteiten samen. Dat zal de efficiëntie ten goede komen. De stelplaats is er gekomen via een Publiek Private Samenwerking (PPS).

Alle afdelingen samen
De stelplaats in Brugge brengt de verschillende afdelingen — die voordien op verschillende locaties gehuisvest waren — onder één dak. Dit komt een vlotte werking en de efficiëntie ten goede. Maar liefst 385 personeelsleden vinden een nieuwe werkplaats in de Chantrellstraat. De grootste groep vormen de 304 chauffeurs. Een 30-tal bedienden zorgen dat de exploitatie vlot verloopt. Daarnaast is er de Rijschool, waar 15 menses werken. In het onderhoudscentrum en het groot herstel bus werken in totaal 36 technici en bedienden. De stelplaats biedt plaats aan 200 voertuigen. De Lijn had in de regio Brugge nood aan een nieuwe locatie. Door de groei van het openbaar vervoer was de stelplaats in Assebroek te klein geworden. Ook in 2011 kennen de stadsdiensten van Brugge een verdere groei. Het Brugse stadsnet vervoerde van januari tot en met november 10.067.834 reizigers. Dit is een stijging met 2,6% ten opzichte van 2010. Door de bouw van deze nieuwe stelplaats beantwoorden we aan de eisen om ook in de 21 ste eeuw de Brugse regio van kwaliteitsvol openbaar vervoer te voorzien.

Een betere efficiëntie
De locatie van de nieuwe stelplaats in hartje Brugge vlakbij het station, is niet alleen handig voor het woon-werkverkeer van de medewerkers, maar is ook belangrijk vanuit economisch standpunt. Het station van Brugge is immers een multimodaal knooppunt waar veel buslijnen starten. Door net naast dit belangrijk knooppunt onze stelplaats te hebben, winnen we tijd en besparen we op lege kilometers.

Rijschool
Deze nieuwe stelplaats is niet enkel het kloppend hart van de stad- en streekexploitatie van de regio Brugge. Het is ook de nieuwe uitvalsbasis van de Rijschool van West-Vlaanderen. Onze Rijschool huisde namelijk geruime tijd in de lokalen van de Brandariskaai in Oostende en trek in oktober 2009 naar een terrein aan de Blauwe Toren in Brugge. De Rijschool naar Brugge halen, is een weloverwogen keuze. Het zwaartepunt van de exploïtatie van West-Vlaanderen ligt immers in Brugge. Wanneer bussen, zoals vroeger, telkens naar Oostende heen en weer moeten rijden om daar terug naar de Rijschool te gaan, worden veel extra kilometers gereden. Bovendien verhoogt deze nieuwe locatie het comfort voor de medewerkers en de personen die er opleiding volgen gevoelig. Er zijn leslokalen met smartboards en op het ruime terrein kunnen de kandidaat-chauffeurs de kneepjes van het vak leren.

Groot herstel bus
Ook het groot herstel bus verhuist van Oostende naar Brugge. Door de exponentiële groei van het aantal bussen, was het niet langer houdbaar om het groot herstel bus in Oostende te houden. Ook hier worden bovendien lege kilometers bespaard. Vanaf nu staan de mecaniciens in voor alle grote herstellingen van de hele provincie. Men kan in het werkhuis aan 4 standaard- en 2 gelede bussen of 8 standaardbussen tegelijkertijd werken. In Oostende is er meer plaats voor het klein onderhoud van de bussen van regio Kust en voor het onderhoud van de Kusttram.

Onderhoudscentrum
In het onderhoudscentrum voert men het onderhoud uit aan bussen van de regio Brugge. Hiervoor heeft men 6 werkposten voor standaard- en stadsbussen, 2 werkposten voor gelede bussen, een afgesloten teststraat met werkput en bijbehorende magazijnen ter beschikking.

Milieuvriendelijk
De Lijn hecht bij het ontwerp en het bouwen van een stelplaats veel belang aan duurzaamheid en energiezuinigheid. Zo legt De Lijn strengere eisen op op vlak van energieprestaties (isolatiepeil en energiepeil) dan de huidige EPB-regelgeving. Tevens legt De Lijn op dat minstens 25% van het te verwachten elektriciteitsverbruik moet opgewekt worden via hernieuwbare energie. Hiervoor zijn er zonnepanelen geïnstalleerd. De wasstraat op het terrein is veel energiezuiniger en beter geïsoleerd dan de wettelijke normen. Ze is voorzien van een waterzuiveringinstallatie zodat het waswater voor het overgrote deel gerecupereerd wordt.

PPS-stelplaatsen
Naast Brugge zijn ook de stelplaatsen van Overijse en Zomergem uitgevoerd in een PPS (Publiek Private Samenwerking). De Lijn sluit daarvoor een DBFM-overeenkomst of met de private partner. Dit wil zeggen dat de private partner of opdrachtnemer instaat voor de optimalisatie van het ontwerp (Design), het bouwen van de stelplaats (Build), het financieren ervan (Finance) en het onderhouden van de stelplaatsen gedurende minstens 25 jaar (Maintain). De Lijn betaalt voor de beschikbaarheid van de infrastructuur een periodieke beschikbaarheidsvergoeding. In Brugge investeert De Lijn 20,9 miljoen euro.
Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits : "De nieuwe stelplaats van De Lijn is een aanwinst voor Brugge. Alle bussen, de Rijschool WestVlaanderen, het groot onderhoud, ...tal van activiteiten komen vlakbij het station te liggen, wat de efficiëntie zal verhogen. Brugge is altijd een voortrekker geweest op het vlak van openbaar vervoer en de resultaten zijn navenant. De nieuwe stelplaats is goed voor een investering van 20,9 miljoen euro die door de overheid en de privesector samen gedragen wordt."

(Bron: De Lijn)